Wist u dat er 2 verschillende bassisen zijn voor de fokwaarde melkproductie?
PTA vs EBV
31-3-2026
Wist u dat er 2 verschillende basissen zijn voor melkproductie?
PTA vs EBV
De Amerikaanse fokwaarden werken op basis van Predicted Transmitting Ability (PTA). Het woord zegt het al, de fokwaarden geven het deel van de erfelijke aanleg weer dat effectief wordt doorgegeven aan het toekomstige kalf.
PTA in de praktijk:
Een fokwaarde van +1000 kg melk betekent dat de dochters van de stier 1000 kg extra melk zullen produceren. In de Nederlandse Vlaamse index (NVI) wordt gewerkt met Estimated Breeding Value (EBV). Deze geeft de genetische waarde van het dier weer. Bij stieren geeft dit dus de genetische aanslag van de stier weer. Bij het fokken van een kalf krijgt deze 50% van de genetische waarde van zijn moeder en 50% van de vader.
EBV in de praktijk:
Een fokwaarde van +1000 kg melk betekent dat de nakomeling in principe 500 kg extra melkproductie van de stier vererft (50% van de EBV). De andere 50% komt van de moeder. Kortom, de EBV betreft de genetische bijdrage van de stier die ingezet wordt, terwijl de PTA de werkelijke melkproductie van de toekomstige koe weergeeft.
In formulevorm: PTA = EBV/2
In het kort: hoe kun je beide fokwaarden met elkaar vergelijken?
USA: 1.100 lbs melk : 2,2 = 500 kg productiestijging bij dochters
NVI: 1.000 kg melk : 2 = 500 kg productiestijging bij dochters